ya

portret

Geert De Kockere

Al een aantal jaren ben ik dagelijks met haiku bezig. Vaag op de achtergrond of intens en passioneel op de voorgrond. Maar elke dag wel op een of andere manier. Haiku werd voor mij een deel van mijn leven, een levenswijze in die zin dat haiku mij permanent heeft veranderd, anders doet kijken en rijker en meer bewust van de kleine dingen en hun schoonheid laat leven.

De voorbije jaren ben ik heel intens met het schrijven en de studie van haiku beziggeweest. Ik ervaar ook aan den lijve hoe haiku mij tot rust brengt op momenten dat het even hectisch is. Alles valt dan even van je af, verdwijnt op de achtergrond, waardoor ik helemaal tot stilstand en dus tot rust komt. De focus op iets kleins, op iets moois is zalf voor de ziel én de geest tegelijk.

En dan vraagt een mens zich al eens af: hoe ben ik eigenlijk bij die haiku aanbeland? Heel ver in de tijd terugspittend, kom ik uit bij mijn tienerjaren. Toen schreef ik mijn allereerste haiku’s. Ik moet toen 15 of 16 jaar zijn geweest. Ik was in mijn humaniora medeoprichter van een natuurvereniging en dus toen al een groot natuurliefhebber. Het gebeurde al eens dat ik mijn impressies in een haiku goot. Wellicht omdat ik er enkele van de grote meesters uit Japan over de natuur had gelezen en die mij erg aanspraken als een zeer directe en tot de verbeelding sprekende vorm van poëzie. Of misschien was ik simpelweg een luierik en spraken die drie regels mij wel héééél erg aan. Een van mijn allereerste tienerhaiku’s ken ik vreemd genoeg nog altijd uit het hoofd. Hij ging zo:

Even fluistert nu
de hemel; een vlucht spreeuwen
trekt westwaarts over.

Ik woonde toen in een dorp in West-Vlaanderen en blijkbaar op de route van de spreeuwen, die zich elke avond in grote groepen naar de centrale slaapplek begaven. Ik herinner mij nog levendig dat moment van die haiku. Op een avond kwamen ze vrij laag over, een indrukwekkende groep, groter dan anders. Ze kwetterden niet eens, maar het gezoef van die massale vleugelslag was wel indrukwekkend.

Ik schreef toen wel meer haiku’s en typte ze uit op een Olivetti op een liggende A4, die ik daarna tot een A5-boekje vouwde. Mijn moeder naaide graag en maakte van dat bundeltje met haar naaimachine een echt ‘genaaid’ boekje: mijn eerste eigen bundel! Jammer genoeg ging die verloren. De spreeuwenhaiku is de enige die overleefde.

Terug

Nadien richtte ik mij meer op ‘gewone’ poëzie, werd uiteindelijk journalist en nog later fulltime auteur van poëziebundels, prentenboeken en romans. Zowel voor kinderen, jongeren als volwassenen. Tot daar plotseling, ergens uit een diepe bron in mezelf, weer die haiku kwam opborrelen. Nee, eerder kolken! Mijn passie was meteen compleet — ik ben iemand van alles of niets — en kon er niet genoeg meer van krijgen. Ik las, studeerde en schreef. Ik kocht in Amerika voor behoorlijk wat geld zelfs het vierdelige haikuwerk dat het Westen op grandiose wijze met de haiku liet kennismaken: de vier boekdelen van R.H. Blyth, uitgegeven door Hokuseido Press in Japan in het midden van de vorige eeuw. Ze bieden boeiende inzichten over haiku, met ongeëvenaarde toelichtingen en lezingen door Blyth via zijn schitterende Engelse vertalingen. Die vier authentieke en haast ongeschonden werken worden bij mij behandeld als de Mona Lisa in het Louvre.

Kortom: haiku was voor mij op slag helemaal terug en ik krijg er nog steeds niet genoeg van. Ik publiceerde inmiddels heel wat bundels, richtte in Turnhout het Huis van de Haiku op, startte de haikuschool Ya met workshops en haikuweekends, organiseerde het eerste Festival van het Maankonijn (een intiem haikufestival in het Heuvelland), creëerde voor derden allerlei projecten met dat kleine gedicht (zoals wandelpaden met haiku’s), maakte websites en appjes met haiku en ik schreef en schrijf en blijf maar schrijven. Op klassieke wijze én op eigentijdse wijze, soms eigenwijze. Ik experimenteer graag, zowel met de inhoud als met de vorm van haiku. Aan de hand van QR-codes bijvoorbeeld. Maak het je haiku! is mijn credo en yoku mireba mijn spreuk. Haiku gaf mij al heel veel terug. Ik kom er makkelijk mee tot rust en ik leef er anders door. Rijker, zintuiglijker, meer intens én genietend van de allerkleinste en meest simpele dingen. Niet toevallig voel ik mij daarom wat de oude Japanse meesters betreft nog het meest aangetrokken tot Issa met zijn fijne humor, zijn sympathie voor kinderen en de schijnbaar onbenullige dieren en zijn grote levensoptimisme ondanks zijn talrijke tegenslagen.

Regels

Wat de regels betreft, hou ik mij strikt aan de 5-7-5-regel. Niet omwille van de regel, maar omdat haiku voor mij ook een spel is, een taalspel en die 5-7-5 maakt voor mij deel uit van dat spel en vormt bovendien een uitdaging. Die regel verplicht mij vaak ook om iets langer bij een haiku stil te staan. Omdat wat ik wil zeggen niet meteen past en ik dus gedwongen word om het tafereel, het beeld, de ervaring opnieuw en opnieuw en nóg beter te bekijken.

Weg sprong een kikker.
Het eendenkroos doet de deur
achter hem weer dicht.
~
Smakelijk eet ik
wat vader mij uit liefde
serveert. En uit blik.
~
Vannacht verloor hij
dan toch nog zijn evenwicht.
Vogelverschrikker.
~
De wind zit niet graag
op de hoek van ons terras.
Stoel weer eens verplaatst.
~
Rennend aftellen:
nog maar drie nestkastjes meer
en ik ben weer thuis!
Terug